Rik Pinxten: “Eis je volledige mens-zijn terug en laat je niet langer reduceren tot een homo economicus. Dat vergt een bewustwording die breekt met de monoloog die de oude ideologieën ons voorhouden”

Het neoliberalisme is volgens cultureel antropoloog Rik Pinxten een neobarbaarse ideologie, die ons wil doen geloven dat visieontwikkeling en waardering tot een voltooid verleden tijdperk behoren. Meten en management moeten de nieuwe manier van leven en denken zijn. Een ideologische zet die volgens Rik teruggrijpt naar een premodern denken en als zodanig afgewezen moet worden. Het moet vervangen worden door een alternatief dat oprecht progressief genoemd kan worden.

Het is een kleine revolutie waarmee ik Rik Pinxten voorstel zijn boek te betalen in de pauze van zijn lezing. Ik heb geen geld mee, maar wil het boek Kleine revoluties van de cultureel antropoloog, die in 2012 op emiraat ging, graag lezen.

‘Mag ik u voorstellen uw boek met een kleine revolutie te betalen’, vraag ik hem.
‘Dat mag’, antwoordt Pinxten kordaat.
‘Ik heb geen geld bij me, maar ik stel voor uw boek met een etentje bij ons thuis te betalen’, zeg ik.
‘Jazeker’, antwoordt hij zonder nadenken en overhandigt me zijn boek. Het laatste exemplaar dat hij bij zich heeft. Hij geeft me zijn kaartje en vraagt geen contactgegevens van mij. Hij vertrouwt er gewoon op dat ik contact opneem om mijn aandeel in de ruildeal na te komen. En dat doe ik. Ik mail hem de volgende dag om een afspraak te maken.

“Omdat in de verandering van tijdperk menselijk gedrag een belangrijke rol speelt, zie ik cultureel antropoloog Rik Pinxten als een seismograaf van deze tijd. Eentje die als een wijze indiaan die net een pijp heeft gestopt een belangrijke boodschap heeft door te geven.”

In zijn rijke carrière verbleef Rik Pinxten tussen de Navajo-indianen in de VS, maar ook na zijn emiraat is hij nog met veldwerk bezig in zijn eigen buurt in Gent. De in 1947 in Antwerpen geboren Pinxten was als hoogleraar antropologie verbonden aan de Universiteit van Gent en doceerde er culturele antropologie en studie van religies. Hij publiceerde meer dan twintig boeken, waaronder Kleine revoluties en Schoon protest  waar dit artikel dieper op ingaat.

Na het lezen van Schoon protest, want er is wel een alternatief contacteerde ik Rik Pinxten opnieuw en vroeg hem om een interview. Omdat in de verandering van tijdperk menselijk gedrag een belangrijke rol speelt, zie ik hem als een seismograaf van deze tijd. Eentje die als een wijze indiaan die net een pijp heeft gestopt een belangrijke boodschap heeft door te geven.

Maar eerst nog even de kleine revoluties.

De boodschap die Pinxten in Kleine revoluties uitdraagt, is optimistisch en empathisch. Hij ziet geen reden tot lijdzaamheid bij de crisissen die ons worden gedicteerd. Hoopvolle initiatieven die de mens en het milieu centraal stellen in plaats van het grootkapitaal en de wetten van de economie te dienen, zien vandaag het licht. Mensen kunnen wel degelijk grip krijgen op hun leven als ze zich niet laten verlammen door bovenlokale processen die moeilijk controleerbaar zijn.

Als je het gevoel hebt dat de wereld te groot en te onvatbaar is voor verandering, dan is er onderaan nog veel plaats. Onderaan is er veel plaats voor zoektochten en tegenmacht. Voor zelfredzame acties en alternatieve levensvormen. Waar politiek en grootmachten er niet in slagen het tij te keren, kunnen verantwoorde burgers wel zorgen voor verandering en een toekomst creëren.

Autodelen en zelfoogsten

Twee voorbeelden van zo’n kleine revolutie van onderop in mijn eigen leven zijn autodelen en zelfoogsten. Met zo’n dertig gezinnen delen wij vier particuliere auto’s in onze buurt. We delen zo gezamenlijk in alle kosten van de auto’s in de groep en dringen het aantal auto’s terug. In het begin kreeg mijn vrouw (zij is de chauffeur, ik heb geen rijbewijs) steevast de vraag: mis je je auto niet, daar kun je toch niet zonder?

Het gemak van een auto voor de deur hebben we inderdaad niet meer, maar via de autodeelgroep hebben we nu vier auto’s die praktisch voor de deur staan. En twee keer per jaar komen we samen en brengt iedereen wat te eten en drinken mee, waardoor je mensen uit je directe omgeving beter leert kennen. Er wordt ook bij elkaar opgepast, hulp geboden, naar concerten gegaan …

Mijn vrouw en ik hebben elk een oogstaandeel van Oogstgoed, een CSA-zelfoogstboerderij in Gentbrugge, waarvoor we het hele jaar door de groenten die we voor dagelijks gebruik nodig hebben, zelf mogen oogsten. De groenten zijn seizoensgebonden en altijd vers.

CSA staat voor Community Supported Agriculture: door een gemeenschap gedragen landbouw. Met 250 leden zijn we ondertussen. De boeren kiezen resoluut voor een agro-ecologische landbouw: alle groenten, fruit en kruiden (we hebben inspraak in het teeltplan) zijn natuurlijk en milieuvriendelijk geteeld.

Door zelf je groenten te oogsten, reduceer je voedselkilometers en verlaag je je ecologische voetafdruk. Met een eerlijke prijs voor wat we oogsten, staan we in voor het welzijn van twee boeren. En net als bij de autodeelgroep is de oogstboerderij een ontmoetingsplaats voor samenwerkdagen en ontspannende en leerrijke samenkomsten. Een workshop zuurkool maken bijvoorbeeld.

cultueel-antopoloog-rik-pinxten.jpg

Autodelen en de zelfoogstboerderij, twee voorbeelden die tellen als het gaat om de verschuiving van systeemwaarden naar menswaarden: van controle naar ruimte. Van doelmatigheid naar aandacht en tijd. Van wantrouwen naar vertrouwen. Van regelzucht naar keuzevrijheid. Van kosten en baten naar kwaliteit.

Eén van de boeren Rony Nekkebroeck is wat professor transitiekunde en duurzaamheid Jan Rotmans een kantelaar noemt, een ‘eigenzinnige friskijker en dwarsdenker, die een eigen onderneming start rond een specifiek idee of project’. Hij is met Oogstgoed immers niet aan zijn proefstuk bezig.

In de nacht van 4 mei 2013 ontspoorde bij Wetteren een te snel rijdende goederentrein, die onder andere acrylonitril (een kleurloze, zeer licht ontvlambare, extreem giftige, organische vloeistof) vervoerde. Er kwam een wagon op het zelfoogstveld van Rony terecht en gooide er gif in het eten. Gelukkig zette hij door en vond hij samen met boer Benny Van de Velde een nieuw oogstveld achter Kasteel Coninxdonck in Gent, aan de rand van de Gentbrugse Meersen.

Een grote revolutie

Zulke kleine revoluties van onderop kunnen in een wereld waarin de 99% niet moet rekenen op de solidariteit van de 1% rijken heel betekenisvol worden, meent antropoloog Rik Pinxten. Hij nodigt dit verzet uit om ruimte op te eisen voor een breder mens- en maatschappijbeeld dan de ongeoorloofde en intrinsiek ongelijke reductie die we de voorbije dertig jaar hebben moeten ondergaan.

Een reductie die de 1% rijken alleen maar rijker maakt op kosten van de 99% minder of niet-vermogenden. Rik wil het beginnend verzet tegen die stilaan krankzinnige top-downmacht met de financiële elite van de 1% aan de top, herinterpreteren als een schoon protest.

Maar of deze tegenbewegingen een grote revolutie teweeg zullen brengen, is nog maar de vraag, schrijft hij in Schoon protest: ‘De grote revoluties tot nu toe zijn altijd ontspoord en hebben geleid tot de reductie van meningen en smaken in functie van een uniek hoger doel. Mijn punt is dat in dergelijke gevallen zeker de kleine, lokale en interculturele initiatieven het voortbestaan hebben verzekerd. Niet de grote revoluties’.

Maar ligt in deze tijd van chaos en instabiliteit niet eerder een grote revolutie voor de hand? Stevenen we daar op af?

Rik: “Het risico op een grote ramp, ja dat wel. Als je de kaart ziet van door de mens veroorzaakte woestijngebieden bijvoorbeeld. Dat is waanzinnig. Die verwoestijning zet door in Noord-Afrika en dat kan snel gaan. Dan krijg je een grote groep mensen die wegtrekken en dan hebben we het niet over 800.000 vluchtelingen die naar Europa komen.

Met de klassieke landbouw kunnen we dit intens bevolkte gebied niet blijven voeden, dus krijg je een enorme voedseltoevoer. Valt die toevoer stil of komt daar een massa volk bij, dan kraakt dat systeem.

Maar dat is geen revolutie die de mens in de hand neemt. Dat overkomt je. Het is een ramp. Een stompzinnige ramp, omdat we hem kunnen zien aankomen.

Een revolutie noem ik dan dat je daarin zelf heel veel kunt doen. Of je dan met hetzelfde palet van voeding blijft dat we nu hebben, dat denk ik niet, maar je kan wel met anders gebruik van daken al zeer veel doen om de voeding van de bevolking meer te garanderen dan nu.

Als petroleum morgen stopt, heb je algehele hongersnood in Europa. Dat hoeft niet, je kunt daarop anticiperen. Je kunt vooruitziend, progressief zijn. Progressief zijn gaat niet meer over de oude klassenstrijd, het gaat over levensperspectief door een aantal bakens te willen verzetten.

Hoe klein ook, het is zeer belangrijk om elk van die initiatieven te erkennen en te proberen die omslag in gang te zetten. Welke echt visionaire sociale maatregelen zijn er de laatste vijfentwintig jaar in Europa genomen? Ik zie er geen en voor de bankenwereld zijn heel wat deuren geopend, maar daar kun je dus niet van eten. Sorry.

Socialisme en liberalisme hebben hun tijd gehad

Dat die oude orde zo hardnekkig is, maakt de periode waarin we nu leven wel mateloos interessant, schrijft hij in de inleiding van zijn boek.

Rik: “Je hebt de twee ideologieën van de negentiende eeuw: socialisme en liberalisme en die zijn effectief betekenisvol geweest. Denk ik. Ze zijn geworteld in die tijd en in het teken van die tijd. Ze brachten met zich mee dat je twee vehikels hebt om de relatie met de ander vorm te geven. Bij het liberalisme was het ‘doe met ons, degenen die het kapitaal bezitten, en dan komt het goed’. Natuurlijk niet van zelf, maar enfin.

Het socialisme redeneert vanuit een conflictsituatie. Je hebt onverenigbare manieren van bestaan: de kapitaalbezitter tegenover zij die alleen maar arbeid leveren en het is dus maar door een harde strijd te voeren dat je min of meer een gelijkwaardige verhouding kunt krijgen.

De twee ideologieën van de negentiende eeuw: socialisme en liberalisme en die zijn effectief betekenisvol geweest. Denk ik. Ze zijn geworteld in die tijd en in het teken van die tijd. Maar het heeft zijn tijd gehad dat die ideologieën voldoende gedragen werden,”

Het heeft zijn tijd gehad dat die ideologieën voldoende gedragen werden, denk ik, om toch wel mooie dingen voort te brengen. Zij het met die Wereldoorlogen als bloedbad en volgens sommigen toch ook wel heel erg getekend langs die klasselijn.

Er is een studie van de Eerste Wereldoorlog waarin beargumenteerd wordt dat die oorlog door een enorm bloedbad te organiseren in de lagere regionen een vorm was om de zaken terug in de oude orde van toen, zeg 1850, te herstellen. Daar is veel voor te zeggen. Men heeft daar honderdduizenden de dood in gestuurd vanuit een elite die dacht dat ze schaak aan het spelen was. Zonder enig begrip, zonder enige relatie, top-down tot en met.

Er waren massaal veel doden, maar dat is, zeggen die analyses, niet voldoende geweest om de arbeidersbeweging volkomen van de kaart te vegen. Maar door de massaconsumptie, vooral van na de Tweede Wereldoorlog, is dat uiteindelijk wel gelukt. De drive is eruit.”

Neoliberalisme

Rik: “Je krijgt dan een soort vacuüm zoals in de voorbije dertig jaar en dat geeft ruimte aan nieuwe voorstellen. Het voorstel dat vandaag het meeste succes haalt, is volgens mij het neoliberalisme. Vaak gekoppeld aan een communautarisme en nationalisme wat je vanaf eind jaren tachtig, begin jaren negentig, vanaf Thatcher en Reagan, in de praktijk ziet ontplooien.

En dat nu vrij algemeen overal en ook in onze streken aan de macht is. Met een terugschroeven van de compromissen tussen die strijdende partijen en het terugschroeven van rechten naar voorrechten. Eén groepje mag alles, de andere veel minder. Een mensenrechtendiscours dat er na drieduizend jaar strijd volgens een aantal historici na de Tweede Wereldoorlog eindelijk is gekomen, wordt daarmee echt wel teruggedraaid.

“Men zegt dat het ‘neo’ is, maar ik beweer en beargumenteer dat het terug gaan is naar een soort van maatschappelijke verhouding van voor die tijd: ieder moet zijn plaats kennen. Dat is de standenmaatschappij.”

Een stapje verder krijg je dan de ideologen van dit soort denken, mensen als Theodore Dalrymple en Ayn Rand, die zeggen: ‘de vergissing is het verlichtingsdenken en we moeten dus eigenlijk de voorbije 250 jaar vergeten’. Dat zegt men niet, men zegt dat het ‘neo’ is, maar ik beweer en beargumenteer dat het terug gaan is naar een soort van maatschappelijke verhouding van voor die tijd: ieder moet zijn plaats kennen. Dat is de standenmaatschappij. 

Men mengt op dat element liberaal, maar alleen in de betekenis van vrijheid. Niet in een trits van begrippen: vrijheid, gelijkheid en solidariteit, wat toch het unieke was en is van het verlichtingsdenken. Dat was het project in plaats van de standenmaatschappij, van ieder op zijn plaats en we komen daar niet aan.

Ik denk dat het een teruggang is door alleen maar vrijheid te beklemtonen. Dan krijg je ook nog eens het probleem: over welke vrijheid men het heeft? Dan zie je in de politieke geschiedenis van de voorbije vijfentwintig jaar een herschikking van dat rechtendiscours.

Iron Lady Margaret Thatcher

Iron Lady Margaret Thatcher

Dat is begonnen met de fameuze uitspraak van Thatcher dat er geen maatschappij is. En als er geen maatschappij is, dan hoef je eigenlijk ook niets meer te regelen. Er zijn alleen individuen en families, zegt ze, en dus vrijheid van het individu. Maximale vrijheid van sommige individuen.

Dan zie je Reagan dat vertalen in deregulering. Er is teveel controle door de maatschappij en de staat als representant van die maatschappij via het verkiezingssysteem. Dus wat krijg je: deregulering. We gaan een hoop van die controle afschaffen en we gaan meer vrijheid geven aan degenen die krachtig zijn. Dan zit je bij de filosofie van Ayn Rand dat de krachtigen worden gehinderd door solidariteit en het herverdelingsprincipe.”

Onbespreekbare herverdeling

Rik: “Dat is waarover Yanis Varoufakis, even minister van economie geweest in Griekenland, zijn onderzoekscarrière heeft gemaakt. Niet in linkse cenakels in Moskou, maar in Amerikaanse universiteiten. In Texas of all places.

In het vrije westen bij economen die aan macro-economisch denken doen en zeggen: ‘als we geen herverdelingssysteem inbouwen in de economische sector, dan krijg je monopoliesituaties met alle mogelijke soorten constructies van de paar sterken ten nadele van al de rest’.

Vanuit de Amerikaanse geschiedenis gezien -en dat is eigenlijk wel een sterk punt- waren dit soort keuzes politiek gezien heel lang, tot voor Reagan, de verkeerde weg. De federale staat bestaat uit een vijftigtal staten, waarvan sommigen bijzonder performant en een hoop behoeftige gebieden waren. Door het herverdelingsprincipe kreeg je altijd een herinvestering naar de arme staten, waardoor het geheel op een volgend niveau sterker wordt.

Europa mist dat volgens Varoufakis, en ik denk dat hij gelijk heeft. Dat is niet gek, ook niet marxistisch. Het werk van Varoufakis is een verstandige sociaal liberale analyse. Daar heeft hij heel academische boeken over geschreven. Voor Griekenland wil hij dat gaan toepassen, maar hij beweert dat herverdeling onbespreekbaar was.

Hij kwam tot zijn verbazing tegenover een groep van haviken van neoliberale signatuur te staan. Vooral rond Frankfurt, de Duitse en Europese bank, die zeiden: ‘nee dat gaat niet. Er is één sterke trekker en dat is Duitsland. En omdat wij de sterke trekker zijn en het gehaald hebben, moet nu iedereen die lijn volgen’.

Yanis Varoufakis (via acTVism Munich)

Yanis Varoufakis (via acTVism Munich)

De Franse minister van Financiën zou op zo’n vergadering gezegd hebben dat wat Duitsland in de Tweede Wereldoorlog niet is gelukt is nu economisch wel gelukt: ze herkoloniseren de rest van Europa via het geld. Via de centrale bank. Er zijn geen bewijzen van, ik weet dus niet of die man dat echt heeft gezegd, maar voor een stuk is dat niet zo dom. Niet omdat Merkel een dictatoriaal figuur is. Dat geloof ik niet. Wel omdat dit de weg is die zij zijn opgegaan en waar ze halsstarrig aan vasthouden.

Waarschijnlijk om twee redenen: het verkeerd verkopen van rommel door de Duitse banken aan de zuidelijke landen zoals Griekenland. Ze hebben onoordeelkundig gebankierd en zitten mede daardoor in slechte papieren. Dat hebben er meer gedaan, maar zij zeker, en dus moesten die banken beschermd worden door Griekenland te redden.

Aan de andere kant ook het Duitse exportprobleem. Duitsland exporteert naar al die gebieden en houdt zo steeds een stap voor op de rest, maar daardoor zit je midden in het punt van de herverdelingskeuze waarrond Varoufakis gewerkt heeft. Ofwel ga je dan systematisch in een confederaal verband voor die herverdelingspolitiek. Ofwel ga je voor één rijk centrum en dat moet als het ware zijn luxe kunnen verdienen op kosten van de anderen. Dat is de Duitse positie van vandaag, die kwetsbaar is, maar zeker ten nadele van de anderen.

Je ziet dat als het spannend wordt in een verdeeld land als Engeland of Griekenland, Spanje, Portugal … dat mensen daar vrij gemakkelijk de weg vinden en coöperatieven  opbloeien. Zit je in een land dat relatief gespaard is gebleven, dan zal dat bij een volgende crisis anders zijn en zo zie je die coöperaties ook in België, Nederland en Duitsland opkomen. Het is belangrijk daar mee bezig te zijn, want ik zie dit economisch systeem eigenlijk terug voorthollen op de weg waarmee we in de vorige put geraakt zijn en dus kun je daar beter op anticiperen.”

Systeem zit uit de naad

Rik: “Joseph Stiglitz ook een Nobelprijswinnaar economie zegt dat je bij zeer grote economische verschuivingen een zodanig uit balans zijn van de economie krijgt dat er maar een ding opzit en dat is schone lei maken: schuldherschikking of schuldkwijtschelding.  

“Ons systeem zit uit de naad. Tenzij er een grondige herschikking van het systeem komt en je een controle-instantie de macht geeft om van tijd tot tijd in te grijpen, blijf je van crisis naar crisis gaan.”

Stiglitz heeft berekend dat als gevolg van de bankencrisis in 2010 in het noorden al honderd miljoen jobs verloren zijn gegaan en er in het zuiden al 40 miljoen hongerdoden zijn gevallen. Hij zal zoiets niet schrijven en publiceren als dat geen grond heeft. Het is ook nooit herroepen.

Dit systeem, en dat is wat Varoufakis ook schrijft, zit uit de naad. Tenzij er een grondige herschikking van het systeem komt en je een controle-instantie de macht geeft om van tijd tot tijd in te grijpen, blijf je van crisis naar crisis gaan.

Het gevolg is dat Varoufakis wordt uitgekreten en verdacht gemaakt en al wat je maar wil. Dat is neoliberalisme: een smalle geprivilegieerde groep die alles zal doen om aan de top te blijven en de ravage die dat met zich meebrengt is hun probleem niet. In die zin is het neoliberalisme een vampierenideologie.”

Eis je volledige mens-zijn terug

Om het bijzonder brutaal te zeggen, schrijft Rik in Schoon protest: ‘zorg dat je voor wezenlijke levensdomeinen onafhankelijk -of minstens minder afhankelijk- en duurzaam kan leven. Zodat de bevoorrechte elite hoogstens ‘haar geld zelf kan opeten’. Eis daartoe je volledige mens-zijn terug en laat je niet langer reduceren tot een homo economicus, want dat is een leugen, en het is zelfs niet jouw en mijn leugen.

“Ik wil het beginnend verzet tegen die stilaan krankzinnige top-downmacht met de financiële elite van de 1% aan de top, herinterpreteren als een schoon protest.”

Dat vergt verzet, protest en progressieve politieke actie. En dat vergt een bewustwording die breekt met de monoloog die de oude ideologieën ons voorhouden, een monoloog die nagenoeg unisono vanuit het marktdenken wordt gestuurd. Ik wil het beginnend verzet tegen die stilaan krankzinnige top-downmacht met de financiële elite van de 1% aan de top, herinterpreteren als een schoon protest.”

Direct bereikbare hemel

Cultureel antropoloog Rik Pinxten is boos, denk ik na het lezen van zijn boek. De vampierenideologie noemt hij er neobarbarisme. ‘Of willen we de barbarij?’ luidt dan ook de ondertitel van zijn boek Kleine revoluties. Als ik hem vraag of hij boos is, zegt hij ja, omdat we ondertussen toch wel weten wat voor soort risico’s je dan over je afroept.

Dat vraag ik me af, werp ik hem tegen. We volgen nog massaal het neoliberalisme.

“Ja, waarom?”, zegt hij, “er hangen daar een aantal … God. Men belooft ook een direct bereikbare hemel of paradijs. Je kunt alles kopen. Je hoeft daarvoor geen geld te hebben, je kunt krediet krijgen.

Een lening van een bank is letterlijk geld scheppen. Een bankier zelf heeft dat niet liggen. Zeker niet nadat Nixon in de jaren zeventig de goudstandaard heeft opgegeven. Voor de Tweede Wereldoorlog stond op een dollarbriefje gedrukt dat je het mocht inruilen voor een stukje goud. Dat is er nu af. Het is papiergeld en eigenlijk zelfs virtueel geld. Ga je daar mee naar de bank en vraag je je goud terug … Dat ligt er niet meer

onde-dollar-bill-silver-certificate.jpg

Zonder die goudstandaard kun je geld scheppen. En daar zie je de opeenvolgende financialisering van de economie. Maar geld maakt geld is razend gevaarlijk als je dat niet min of meer controleerbaar houdt: 12% van de economie was financieel, dus geld maakt geld met kredieten. Nu is dat goed de helft.

Dat is het oude systeem dat doldraait. Ik vind dat schandalig. Het is crimineel, het is echt crimineel. Mensen weten dat niet, ze zien dat hun spaargeld niets opbrengt en dan zegt een bank: ‘we zijn een oud huis, we doen het al honderd jaar, kom toch bij ons’.  

Dat is een merkwaardige manier van overleving, want economie is overleving. Het swingt de pan uit en je ziet meer en meer juristen de bankwereld ingaan. Juristen zijn mensen die bezig zijn met interpretatie van woorden. In de zin van: hoe kan ik dit uitleggen zodat het mij niet nadelig uitkomt.

“Laat ons stoppen een status van natuurwetenschap aan economie toe te kennen en veel bescheidener en terecht te spreken over politieke economie.”

Daar is op zich niets op tegen, maar koppel de twee: een financiële constructie en dan een soort denken dat er in bestaat om buiten elke verantwoording te gaan staan … Dat is toch een merkwaardig mechanisme. Laat ons stoppen een status van natuurwetenschap aan economie toe te kennen en veel bescheidener en terecht te spreken over politieke economie.

De top van bedrijven bestaat dus meer en meer uit juristen, die geen binding hebben met bijvoorbeeld ‘mijn bedrijf is mijn leven’. Dat is voor die mensen volslagen onzin. Wat ik hier kan krijgen, is goed voor nu en een volgende keer onderhandel ik een nieuw contract en ga ik ergens anders naartoe. De binding is volslagen weg. Het neoliberalisme laat dat toe, want het zijn in hun ogen sterke individuen. En solidariteit, dat hoeft niet meer.

De terugtrekking van het kapitalisme

Rik: “Het positieve nieuws is dat initiatieven van mensen op domeinen die voor een kwaliteitsvol leven belangrijk zijn, voor het marktmechanisme minder interessant gaan zijn. De econoom Jeremy Rifkin, die van tijd tot tijd een raadgever van de Europese Unie is, ziet opvallende domeinen waar het kapitalisme zich terugtrekt.

In die steeds toenemende marge van diensten en goederen, waar de grote corporaties niet genoeg aan kunnen verdienen om zich daarin te engageren, is er ruimte aan het komen voor wat Rifkin de New Commons noemt: initiatieven die samenwerkend en niet competitief zijn.

Ik denk dat hij gelijk heeft. Energie bijvoorbeeld. Toch iets heel wezenlijk dat met de klimaatverandering meer naar voren zal komen. Het potentieel is er. Door de middelen die we nu hebben of aan het krijgen zijn, zit je aan de ene kant met de petroleumlobby die blijft tussenkomen en op alle mogelijke niveaus op de onderhandelingen weegt om toch die markt te kunnen blijven behouden.

Aan de andere kant heb je een soort van gedecentraliseerde manier van energiewinning met zonnepanelen. Maar ook andere dingen die op komst zijn in plaats van zonnepanelen, waarvan de hardware op zichzelf niet echt verantwoord is. Er zijn experimenten en uitgebreide proeven gedaan voor een folie met zonnecellen erin, die je als een soort verf aan de lopende meter  op je buitenmuur kunt smeren.

Waarom kunnen we dat niet gaan kopen in de Hubo? Omdat de petroleumlobby die, al is het nog maar tien jaar langer, probeert die markt af te schermen. Die strijd is nu bezig. Technologisch bestaat er al heel wat. Met wind kunnen we heel veel, bijvoorbeeld in stegen tussen huizen. Iedereen kan op zijn dak kleine windmolentjes installeren die in een deel van de energie kunnen voorzien. Waarom komen die er niet massaal? Zelfde reden.

Maar als 3D-printing op een snelle en makkelijk toegankelijke manier doorbreekt, is dat niet meer te houden. Dat kan een enorme revolutie geven. Daar zitten we midden in en dat kan nog wel even duren, omdat de oude belangengroepen dat afremmen.”

Want er is wel een alternatief

schoon-portest-want-er-is-wel-een-alternatief-rik-pinxten.jpg

De ondertitel van Schoon protest is ‘want er is wel een alternatief’. Wat is het alternatief? Hoe zou het er idealiter moeten uitzien?

Rik: “Ik heb geen blauwdruk in mijn kast liggen. Ik denk ook niet dat dat de weg is en goed geweest is. We hebben een aantal blauwdrukken gehad en in feite is dat dominantie installeren. Ik denk ook niet dat iemand de waarheid in pacht heeft, ook niet voor de toekomst. Maar ik denk wel dat we eerst en vooral kunnen leren van wat we fout hebben gedaan en in die zin ook bescheidener moeten worden.

Ik denk dat het belangrijk is om even gas terug te nemen en te proberen doordenken welke verschuivingen er nu gaande zijn over twee generaties en daar dan op een ordentelijke manier over discussiëren en keuzes maken. Waarvan er weer een aantal fout zullen zijn, neem ik aan.

“We hebben een aantal blauwdrukken gehad en in feite is dat dominantie installeren. Ik denk ook niet dat iemand de waarheid in pacht heeft, ook niet voor de toekomst”

Maar toch niet dezelfde fouten als het blinde geloof van het verleden, waar ideologieën nog tot in zeer hoge mate een geloofskwestie waren. Probeer het uit. Je kunt niet blijven zeggen: ‘we hebben het altijd zo gedaan en je weet toch dat …’. Nee, niemand weet dat. Het is altijd strompelend voortgaan en als je dat beseft, zitten we al een beetje verder.”

Ethische herbronning

De wereld moet steeds weer uitgevonden kunnen worden, schrijft Rik daar nog over in zijn boek. Zoeken blijft daarbij steeds belangrijker dan zogenaamd weten. De huidige semi-religieuze attitude wil een heropleving van het oude gedachtegoed rond weten, zekerheid samen met kortetermijnwinst en efficiëntie opdringen ten nadele van waarden als zoeken, twijfelen en gedurfd bakens verzetten.

We leven in een tijd met nood aan ethische herbronning. We moeten een stapje terugzetten voor een brede, noodzakelijke discussie over de keuzes die we kunnen maken over mens- en maatschappijbeeld in deze nieuwe wereldsituatie. In termen van medemenselijkheid, duurzaamheid en relatieve vrede opteert de cultureel antropoloog voor het nieuwe humanisme van Amartya Sen en Martha Nussbaum en voor het erkennen van gelijke rechten voor alle mensen.

“Jaap Kruithof zei: ‘Ik wil een humanisme dat ook ecologisch is’. Een basisopvatting, waarbij je verwerpt dat de mens de maat is van alle dingen. De mens moet in evenwicht met de natuur leven en niet als overwicht daarboven. ”

Rik: “Een humanisme dat over mens en maatschappij gaat. Humanisme komt uit de christelijke traditie en ligt daar voor een stuk nog in. In de boekgodsdiensten hebben we ons boven de natuur gezet. Maar met de mens boven de natuur zitten we op een gevaarlijk pad, zo blijkt. Indianengroepen leven in hun basisintuïtie in de natuur. Dat is een habitat. Niet de mens erboven die alles regisseert.

Jaap Kruithof zei: ‘Ik wil een humanisme dat ook ecologisch is’. Een basisopvatting, waarbij je verwerpt dat de mens de maat is van alle dingen. De mens moet in evenwicht met de natuur leven en niet als overwicht daarboven. Als maat voor al de rest. De natuur heeft ook waarden en evenveel als ons. Dat ging te ver. Ze hebben hem bijna uit de vereniging gezet.

Amartya Sen en Martha Nussbaum hebben de capability theory ontwikkeld met een oplijsting van tien vermogens, waarbij het uitgangspunt is dat de mens  voor een goed leven in een goede rechtvaardige maatschappij recht heeft op een minimumniveau van die verschillende vermogens, waaronder lichamelijke gezondheid, sociaal kunnen leven, politieke rechten uitoefenen ...

Een goede rechtvaardige maatschappij maakt dat de ontwikkeling van die vermogens voor elk individu optimaal mogelijk is. Een maatschappij die zichzelf rechtvaardig en menselijk noemt zou moeten bestaan om dat te faciliteren. En als je ziet dat dat voor een groep keer op keer niet gebeurt, ze op een vermogen gediscrimineerd of uitgesloten wordt, dan moet je aan je maatschappelijk systeem sleutelen zodat dat wel gebeurt.

Bijvoorbeeld stemrecht voor migranten. Uw maatschappij zit fout als je een serieuze groep mensen verhindert en frustreert als maatschappelijk persoon te functioneren door hen politieke rechten te ontzeggen. Je mag wel een beroep uitoefenen, maar maatschappelijk mag je niet meepraten. Dat kan eigenlijk niet. Klassiek wordt dat teruggevoerd op die personen zelf: het is omdat je migrant bent en niet van hier. Vroeger was dat, omdat je vrouw bent, of omdat je homo bent. Dan is je maatschappij niet decent.”

Een motor inbouwen

Rik: “Ik denk dat dat een goede manier is om over menselijk geluk en menselijke ontplooiing te kunnen praten. Alleen is het niet af, omdat ze geen motor inbouwen. Er is niks dat een maatschappij ertoe aanzet of eventueel dwingt om dat effectief te gaan remediëren.

Wat ik als een motor voorstel, is een interculturele opvoeding. Als je mensen van in het begin vaardig worden gemaakt om met elkaar om te gaan, en dus eenheid te beseffen en te beleven, maar die tegelijkertijd verscheiden is met in de praktijk leren van elkaar, dan denk ik dat je effectief meer kans maakt dat uw maatschappij correcties doorvoert. Anders is er niets dat u daartoe aanzet.

Nu zie je op de gemeenschapsscholen dat de kinderen voor de godsdiensten en niet-conventionele zedenleer uit elkaar worden gehaald. Elk kind heeft dan apart van elkaar zijn invulling van de waardenleer. Voor de neutraliteit, dat je elkaar dan niet kunt beïnvloeden rond levensbeschouwing, is het echt de bedoeling dat dat gescheiden gebeurt. 

Maar als je kinderen zo opvoedt tot hun achttiende en ze dan moeten functioneren in een maatschappij waar je met mensen met verschillende opvattingen van doen hebt, dan ben je daar niet ideaal op voorbereid.

Als ik dat heel streng mag zeggen: je bent dan voorbereid op een apartheidssysteem en niet op een interculturele vaardigheid. Terwijl de maatschappij meer en meer die interculturele vaardigheid vraagt. Een onderwerp dat niet bespreekbaar is, ook niet bij de humanisten.  

Om maar te zeggen, die oude orde gaat niet vanzelf weg en dat is omdat het in de eerste plaats met de moedermelk wordt meegegeven en in de tweede plaats alle cognitieve en rationele bijsturing maar beperkt van impact is. Zelfs als je weet dat het niet kan, blijf je het toch doen.

Mijn rol is eerder die van de reflectie. De actie daar roep ik toe op, en ik doe het zelf ook wel een beetje, want dat is echt wel een opportuniteit. Dat betekent concreet ook je engageren, positie innemen.”